Schrapwoede in het onderwijs: foute symboolpolitiek regeert

 


Wie het Vlaamse onderwijsbeleid de voorbije weken gevolgd heeft, kan moeilijk naast de rode draad kijken: meer controle, minder vertrouwen en vooral veel symboolpolitiek onder het mom van noodzakelijke daadkracht. De afschaffing van pedagogische studiedagen, het inperken van evaluatiemomenten en het schrappen van facultatieve verlofdagen worden gepresenteerd als maatregelen die meer effectieve lestijd moeten opleveren. In werkelijkheid leveren ze vooral meer druk, meer wantrouwen en minder onderwijskwaliteit op.


Alles begint bij een hardnekkige mythe: Vlaanderen zou te weinig lesgeven. Dat klinkt eenvoudig en scoort goed in de media, maar het is onjuist. Wie niet rekent in kalenderdagen maar in effectieve lestijd, ziet dat Vlaamse leerlingen per week zelfs meer uren les hebben dan het OESO-gemiddelde. Toch blijft de minister halsstarrig vasthouden aan het tellen van dagen, alsof onderwijs een fabriek is waarin aanwezigheid automatisch gelijkstaat aan leren. Het resultaat is beleid dat goed oogt in een persbericht, maar pedagogisch leeg blijft.


Kwaliteit? Overbodig…


Neem de pedagogische studiedagen. Die worden voorgesteld als overbodige onderbrekingen, terwijl ze in werkelijkheid essentieel zijn voor collectieve professionalisering. Goed onderwijs ontstaat niet vanzelf in het klaslokaal, maar vergt overleg, afstemming, reflectie en bijscholing. Tegelijk is het ronduit onaanvaardbaar om die momenten buiten de gewone arbeidstijd te willen organiseren. In een sector die nu al kampt met een structureel leerkrachtentekort en een torenhoge werkdruk, is dat geen hervorming maar een bewuste ontkenning van de realiteit op de werkvloer.

Hetzelfde kortzichtige (en valse) efficiëntie-denken duikt op bij de evaluatiedagen en de hertekening van de klassenraden. Minder tijd, minder evaluatiemomenten en minder leerkrachten rond de tafel, maar wel dezelfde verwachtingen. Alsof kwaliteitsvolle evaluatie een administratieve handeling is die je eenvoudig kunt samendrukken. Elke leerling heeft recht op een zorgvuldig en breed gedragen oordeel, gebaseerd op het volledige schooljaar. Ook leerkrachten levensbeschouwelijke vakken of zogenaamde bijvakken volgen leerlingen een jaar lang en leveren waardevolle inzichten. Hen systematisch weren uit de klassenraad ondergraaft niet alleen de pedagogische kwaliteit, maar stelt ook de rechtszekerheid van beslissingen in vraag.


Tussen de mensen? Niet vandoen…


Een ander pijnlijk dossier blijft echter het schrappen van de facultatieve verlofdagen. Die beslissing verraadt een diep wantrouwen tegenover scholen en leerkrachten. Autonomie wordt voorgesteld als een risico, alsof scholen bij elke vorm van vrijheid automatisch zouden kiezen voor gemakzucht. In werkelijkheid tonen facultatieve verlofdagen net hoe scholen onderwijs verankeren in hun lokale context: door deelname aan verbindende evenementen, door ruimte te maken voor gemeenschapsleven en door ademruimte te creëren in een steeds intensiever schooljaar. Dat is geen tijdverlies, maar verhoogt sociaal en pedagogisch rendement.

Door deze dagen af te schaffen, herleidt men onderwijs tot een geïsoleerde productielijn, losgekoppeld van de samenleving waarin leerlingen opgroeien. Burgerschap wordt luid bepleit in beleidsnota’s en eindtermen, maar onmogelijk gemaakt in de praktijk. Rust en herstel worden erkend in onderzoek, maar genegeerd in beleid. Tegelijk wordt het hardnekkige beeld bevestigd dat leerkrachten vooral zouden streven naar zo veel mogelijk vrije dagen. Dat discours is niet alleen fout, het is ronduit schadelijk voor een beroep dat al jaren kampt met dalende waardering en een nijpend personeelstekort.

Ironisch genoeg beroept dit beleid zich voortdurend op de ambitie om het Vlaamse onderwijs opnieuw naar de top te brengen. Maar Vlaanderen stond daar niet ondanks, wel mét pedagogische studiedagen, voldoende evaluatieruimte en facultatieve verlofdagen. Er bestaat geen enkele aanwijzing – laat staan hard bewijs - dat precies deze instrumenten verantwoordelijk zijn voor dalende leerprestaties. Wat wel aantoonbaar weegt op de onderwijskwaliteit, zijn het leerkrachtentekort, de structurele onderwaardering van het beroep en het groeiende wantrouwen vanuit de politiek. Dat zijn complexe problemen die investeringen en langetermijnvisie vragen. En dus minder geschikt zijn voor snelle symbolische ingrepen.

Wie echt werk wil maken van beter onderwijs, begint niet met het schrappen van dagen, maar met het investeren in mensen.

 

nancy.libert@acod.be