Een sterke brandweer, een veilige samenleving

 


Wie de brandweer probeer te hervormen door de opleiding uit te kleden, het statuut af te breken en de veiligheidsnormen te verlagen, brengt niet alleen het personeel in gevaar, maar meteen elke burger die ooit de hulp van de brandweer nodig zal hebben. In gemeenschappelijk vakbondsfront hebben de personeelsleden van alle hulpverleningsdiensten dan ook een stakingsaanzegging van onbepaalde duur ingediend. Dit gaat immers om iets wat ons allemaal aangaat: de toekomst van het vak, de kwaliteit van de hulpverlening, en de veiligheid van iedereen die hier op rekent. 

De conceptnota is een stap terug in de tijd


Waarover gaat het concreet? Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) legde een conceptnota op tafel onder de geruststellende titel “naar een toekomstgericht HR-en opleidingsbeleid”. Achter dat jargon schuilt een reeks ingrepen die elke ervaren brandweerman of -vrouw doen huiveren. Er komt een vierde kader van zogenaamde hulpverleners die tot tachtig procent van de technische interventies zouden mogen uitvoeren zonder de volledige brandweeropleiding te hebben doorlopen. Dat klinkt misschien efficiënt, tot zo een technische interventie omslaat in een brand en die hulpverlener niet adequaat kan reageren, wat uiteraard gevaar gaat opleveren voor zowel de burger als de collega’s naast hem. Het Federaal Geschiktheidsattest en het rijbewijs B als minimumvoorwaarde verdwijnen, wat de deur openzet voor lokale willekeur en een ons-kent-ons cultuur bij aanwervingen. De verplichte voortgezette opleiding wordt uitgehold tot een vrij in te vullen urenpakket. En stagiairs zouden voor honderd procent inzetbaar zijn, zonder behoorlijke begeleiding. 


Stop met de lat laag te leggen


Laat dat even bezinken. Deze zomer nog bestreden brandweerlieden uit het hele land dagenlang de natuurbrand in de Hoge Venen, in zware en uitputtende omstandigheden. In diezelfde maand augustus verloor de Brusselse brandweer een collega tijdens een interventie in hartje Brussel. Hij is helaas niet de eerste. Uit respect voor hem, zijn nabestaanden en zijn korps past hier geen politieke recuperatie, ze verdienen in de eerste plaats stilte en respect. Maar het toont wel aan wat dit vak kan vragen, van het personeel en van hun gezinnen die thuis op hen wachten.

Uitgerekend dat vak wil deze Arizona-regering nu uitkleden. De klimaatverstoring brengt intensere hittegolven, zwaardere onweders en langere natuurbranden, terwijl nieuwe technologieën en almaar complexere interventies meer expertise vragen. Toch kiezen ze ervoor om de lat lager te leggen. De hervorming van de civiele veiligheid, die na de gasramp in Gellingen net inzette op uniformiteit en op de snelst adequate hulp voor elke burger, wordt teruggedraaid naar een versnipperd landschap waarin je eigen veiligheid afhangt van de zone waarin je toevallig woont.

Wie de logica daarachter wilt begrijpen, moet zoals wel vaker naar de financiën kijken. Bij de hervorming beloofde de federale overheid plechtig om de helft van de financiering op zich te nemen, het fameuze 50-50 principe. Sinds de zones in 2015 operationeel werden, is die belofte nooit ingelost. De brandweer is een federale bevoegdheid, maar het zijn de lokale besturen die de rekening betalen: ruim tien jaar later hoesten zij nog altijd ruwweg twee derde van de kosten op, terwijl de federale dotaties rond een vijfde blijven hangen. In plaats van die structurele onderfinanciering eindelijk recht te zetten, kiest men ervoor om te besparen op het statuut en de opleiding van het personeel.


Een aanval op gezondheid en mentaal welzijn


Daarbovenop wil men brandweermannen extra shiften laten draaien door een wijziging van de arbeidstijdwet. Vandaag kunnen brandweerlieden bovenop de 38-urenweek op vrijwillige basis maximaal 10 uur extra per week presteren via een opt-outregeling. Een ingediend wetsvoorstel van Les Engagés maakt het mogelijk om volledige shiften van 12 of 24 uur als bijkomende arbeid te organiseren. Een dergelijke flexibilisering van de arbeidstijdwet en opt-outregeling vormt een bedreiging voor de fysieke en mentale gezondheid van het personeel. De veiligheid van de bevolking kom op die manier onvermijdelijk ook in het gedrang. Brandweermannen mogen dan wel fit en in vorm zijn, uiteindelijk zal ook bij hen de veer springen. Met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit en doeltreffendheid van dienstverlening.

En wat als de veer effectief springt? Dan blijkt de erkenning ver te zoeken. Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, weigert een posttraumatische stressstoornis bij brandweerlieden als beroepsziekte te erkennen. De redenering luidt dat PTSS het gevolg zou zijn van een kortstondige traumatische ervaring, en dus een zaak voor de arbeidsongevallenverzekering. Daarmee gaat het agentschap voorbij aan wat elke hulpverlener uit ervaring weet: de meest voorkomende vorm van PTSS ontstaat niet door een enkel incident, maar door de opeenstapeling van kleinere traumatische ervaringen doorheen een volledige loopbaan. Wie na twintig jaar dienst breekt, kan geen datum en uur van een bepaalde gebeurtenis aanwijzen, het is het beroep zelf dat ziek maakt. Dat is per definitie een beroepsziekte. Door die realiteit te ontkennen, vallen collega’s tussen wal en schip.


De burger verdient beter


De burger verdient beter dan blinde besparingen die verkocht worden als modernisering. En daar zit het echte probleem, want dit patroon kennen we in de openbare diensten maar al te goed. Overal zien we dezelfde beweging: goed opgeleide, beschermde vakmensen worden ingeruild voor minder opgeleide en minder beschermde arbeidskrachten, het statuut wordt uitgehold, en het geheel wordt dan een mooie naam gegeven. De brandweer vormt hierin geen uitzondering. Eerst hol je een openbare dienst uit, daarna zeg je dat het niet meer naar behoren werkt, en vervolgens dient de markt zich aan als zogenaamd alternatief. Zo bespaar je een openbare dienst stap voor stap kapot, tot er geen andere keuze meer lijkt te bestaan: het zogenaamde TINA-principe.

Bovenop dit alles komt het meest fundamentele probleem: het sociaal overleg wordt systematisch met de voeten getreden. Terwijl andere belanghebbenden vlot gehoor vinden, worden de representatieve vakbonden aan de kant geschoven. Een liberale minister die het sociaal overleg onmiskenbaar met een zekere dedain bekijkt, beschouwt datzelfde overleg blijkbaar vooral als een te nemen horde. Bezorgdheden uit het werkveld, herhaaldelijk en formeel geuit, blijven onbeantwoord. Een regering die over de hoofden van het personeel heen beslist, moet dan ook niet verbaasd zijn als dat personeel het op een gegeven ogenblik welletjes vind en naar het enige drukkingsmiddel dat nog rest grijpt.


De strijd van de brandweer is die van ons allemaal


De eisen zijn nochtans redelijk en eenvoudig. Herstart onmiddellijk een ernstig en respectvol overleg. Trek de conceptnota in haar huidige vorm in. Geef rechtszekerheid over loopbaan en statuut, met inbegrip van een eerlijke eindeloopbaanregeling en een waardig pensioen. Erken de posttraumatische stressstoornis eindelijk als beroepsziekte. En kom eindelijk die financieringsbelofte na, in plaats van de rekening door te schuiven naar de gemeenten en het personeel.

Respect, veiligheid, onafhankelijkheid en kwaliteit: dat zijn de pijlers waarop een sterke brandweer rust, en net die pijlers worden nu steen voor steen afgebroken. De vakkennis van een brandweerman of -vrouw is geen kostenpost die je weg bespaart. Het is een collectief goed dat levens redt. De solidariteit met het stakende brandweerpersoneel spreekt dan ook vanzelf. Hun strijd is de onze, die van ons allemaal.

 

Gert Vlasselaer, Bart Van Melkebeke, Bart Servaes