Wat doe je bij een arbeidsongeval als je werkt bij een lokaal bestuur?

 


Steeds meer personeelsleden van de lokale besturen kunnen gebruikmaken van thuiswerk. Maar wat als je dan thuis een ongeval hebt?


ACOD LRB is geen onvoorwaardelijke voorstander van thuiswerk. Het wordt immers wel eens gebruikt als tegengif voor de solidariteit (zeker in het geval van stakingen). Bovendien kan het leiden tot sociaal isolement en is er vaak geen onderscheid meer tussen de werk- en de privésituatie. Toch erkennen we dat er voordelen verbonden zijn aan thuiswerk. Een betere werk-privébalans, het wegvallen van de reistijd en de kans op betere besteding van de vrije tijd zijn maar enkele aspecten die verbonden zijn aan dit thuiswerk.


Thuiswerk werd vanaf het begin van deze eeuw mondjesmaat toegelaten, meestal op occasionele wijze en zonder geschikte reglementering. Tegenwoordig maken meer en meer personeelsleden gebruik van deze vorm, zowel structureel als occasioneel. Tevens werd gezorgd voor een betere omkadering van het thuiswerk. Voor alle duidelijkheid: structureel thuiswerk betekent dat er op regelmatige basis thuis wordt gewerkt, terwijl occasioneel thuiswerk eerder uitzonderlijk is, omwille van persoonlijke redenen of omwille van externe omstandigheden.


De belangrijkste misverstanden vinden we nog terug met betrekking tot een arbeidsongeval. Wat gebeurt er met je als je een arbeidsongeval krijgt tijdens je thuiswerk? Het antwoord is duidelijk: er is geen verschil tussen een klassiek arbeidsongeval in de lokalen van de werkgever en een arbeidsongeval thuis. Het heeft ook geen enkel belang of het gaat om structureel of occasioneel thuiswerk.


Dit heeft belangrijke gevolgen. Een ongeval van een thuiswerker in de keuken tijdens zijn middagpauze (brandwonden, snijwonden,…) komt in aanmerking voor een arbeidsongeval. Bovendien kan ook een thuiswerker een ongeval ‘op de weg van en naar het werk’ krijgen, bijvoorbeeld als hij voor de werkuren zijn kinderen naar school brengt, of tijdens de middagpauze een ongeval heeft met de auto of met de fiets terwijl hij zijn lunch ging halen. De enige belangrijke factor die onderzocht moet worden is of het ongeval te maken heeft met een activiteit die ook op de arbeidsplaats kan gedaan worden. Strijken of het gras maaien horen daar niet bij.

 

Wat zegt de wet?


Je moet even op zoek gaan om de wettelijke verwijzing rond ongevallen bij thuiswerk terug te vinden. Deze is namelijk opgenomen in artikel 28 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken. Dit artikel wijzigt artikel 2 van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van óf de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. De formulering gaat als volgt:


“Het ongeval overkomen aan de telewerker wordt, behoudens tegenbewijs, geacht overkomen te zijn tijdens de uitoefening van het ambt:

1° wanneer het ongeval gebeurt op de plaats of de plaatsen die schriftelijk zijn vermeld als de plaats om zijn werk te verrichten, in een telewerkovereenkomst of in enig ander document dat het telewerk generiek of punctueel, collectief of individueel, toelaat. Als de plaats(en) niet werd(en) vermeld, zal het vermoeden van toepassing zijn op de woonplaats of de plaats(en) waar het telewerk gewoonlijk wordt uitgevoerd; en

2° wanneer het ongeval gebeurt tijdens de periode van de dag die is vermeld in een document zoals bedoeld in 1° als periode waarin arbeid kan verricht worden. Als de periode niet werd vermeld, zal het vermoeden van toepassing zijn tijdens de werkuren die de telewerker zou moeten presteren indien hij in de lokalen van de werkgever zou zijn tewerkgesteld.”


Willy Van Den Berge, Gert Vlasselaer

 

Dit artikel verscheen in Tribune 75.05