Justitie: ACOD Gevangenissen slaat terug!
Nieuws donderdag 1 oktober 2026
Zoals reeds aangegeven in de vorige editie van Tribune, laat het gevangenispersoneel zich niet knechten door de minister van Justitie en haar collega’s van de federale regering. Tijdens een federale commissie Gevangenissen eind augustus beslisten wij gedurende vijf dagen actie te voeren om de problemen aan de kaak te stellen. Zo maakten we meteen duidelijk dat de opvordering vanaf dag één niet tot oplossingen leidt, maar nieuwe problemen creëert. Uiteraard werden onze syndicale partners uitgenodigd om samen met ons de koe bij de horens te vatten en de minister van Justitie het vuur aan de schenen te leggen.
Zo gauw het zomerreces achter de rug was, zagen we de cijfers van overbevolking en grondslapers terug stijgen, terwijl het de bedoeling van de tweede noodwet zou moeten zijn dat die zouden dalen. Tegelijkertijd waren er nog steeds grote tekorten aan personeel op het terrein en was er nog geen zicht op verbetering op korte termijn.
Dit, samen met de verlofachterstand van om en bij de 800.000 dagen en een gebrek aan veilig werken wegens oude infrastructuur en apparatuur, maakten dat we per gevangenis een stakingsaanzegging indienden, waarop netjes opgelijst stond wat de problemen waren.
Eerst in overleg
Het spreekt voor zich dat de bedoeling van onze stakingsaanzeggingen meer lagen had. Enerzijds wilden we per gevangenis een bespreking over hoe, wanneer en op welke wijze men de problemen zou aanpakken en oplossen. Anderzijds wilden we de werkgever er niet vanaf laten komen met een vergadering van een uur waarop de problemen globaal zouden besproken worden.
Op maandag 31 augustus verzamelden aan het kabinet justitie daarom per gevangenis twee afgevaardigden van de ACOD, die telkens het over hun gevangenis ging, de dialoog rechtstreeks aangingen met de directeur-generaal en een kabinetsmedewerker van Annelies Verlinden.
Voor deze vergadering werd drie uur overlegtijd uitgetrokken, een serieuze onderschatting van de tijd die nodig was om de problemen in alle Belgische gevangenissen en detentiehuizen te behandelen. Drie uur werd vier uur vergaderen, maar eens de tolken gestopt waren met werken, werd het overleg gestaakt en voortgezet op dinsdag 1 september.
Personeelstekorten en verlofdagen
Zoals we enigszins hadden verwacht, kwamen er geen bevredigende antwoorden op onze vragen en bleven oplossingen uit. Het enig lichtpunt was dat er verschillende statutaire selecties voor personeel hadden plaatsgevonden en dat er in de komende maanden zicht is op invulling van de noodlijdende kaders. Of ook alle personeelskaders, van elke gevangenis zullen opgevuld worden, is echter nog steeds niet zeker.
Bijkomend rijst weer (al sinds 2016!) de vraag hoe we de rugzak van 800.000 verlofdagen zullen weggewerkt krijgen zonder telkens personeelsleden een jaar of twee drie eerder dan hun definitieve vertrek uit te zwaaien.
Deze mensen worden tijdens dit ‘opnemen van de rugzak’ niet vervangen door nieuwe personeelsleden. Dus zijn er gevangenissen waar men 10 à 15 voltijdse medewerkers niet kan inzetten, wat leidt tot nog meer werkdruk, minder verlofmogelijkheden en ziekte-absenteïsme.
Ons voorstel, om voor deze mensen enkele jaren voor hun definitieve vertrek een gestructureerde afbouw van hun achterstallig verlof af te spreken, zonder dat ze aan loon moeten inboeten en hun expertise plots wegvalt, vraagt de aanwerving van extra personeel en daar knelt natuurlijk net het schoentje.
Overbevolking en grondslapers
Inzake het wegwerken van de grondslapers en de overbevolking kijken de directeur-generaal en het kabinet Verlinden reikhalzend uit naar de opening van het nieuwe arresthuis in Antwerpen. De opening van deze nieuwe gevangenis loopt achter op schema, voornamelijk ten gevolge het te laat in dienst laten treden van het noodzakelijke personeel.
Omdat men niet anders kan dan ook het oude arresthuis open te laten, is er immers nood aan extra personeel. Met een wereldhaven als concurrent is dat niet zo eenvoudig. Vreemd genoeg, maar gelukkig, slaagt men er wel in te doen wat de voorbije 30 jaar als onmogelijk bestempeld werd. Er werken op dit ogenblik meer personeelsleden dan ooit in het Antwerpse arresthuis, maar het saldo staat voor beide inrichtingen samen op dit ogenblik nog steeds op min 200.
Woelige stakingsdagen
Weinig reden dus om de ingediende stakingsaanzeggingen niet te activeren en bijgevolg werd op 6 september om 22 uur gestart met een staking van vijf dagen in alle Belgische gevangenissen. Door de opvordering van stakers vanaf dag een indien de minimale bezetting niet zou worden gehaald, werd vanaf vrijdag 4 september zo goed als elke dag de hele dag via Teams vergaderd met gevangenisdirecteurs en als dat niet tot oplossingen leidde met de provinciegouverneurs.
Zoals we ook in 2024 ondervonden, hielden sommige gevangenisdirecteurs er hun eigen interpretatie op na van wat zij krachtens de wet op het penitentiair statuut wel of niet konden verwachten van hun personeel. Sommige provinciegouverneurs konden niet snel genoeg met de federale secretarissen praten over het opvorderen van mensen die hun intentie tot staken kenbaar gemaakt hadden.
In de eerste dagen, nog voor de staking gestart was, waren er enkele conversaties (ook via mail) die op z’n zachtst gezegd bits genoemd kunnen worden. Soms omdat een directeur niet de nodige informatie wou aanreiken aan de nationale verantwoordelijken (instructie kwam blijkbaar uit Brussel, dus daar de kat de bel aangebonden) en soms omdat een directeur weigerde verlofaanvragen te aanvaarden omdat eerst niet duidelijk was hoelang de staking zou duren.
Toegegeven, we hadden onze mensen instructie gegeven om hun intentie telkens 72 uur voor elke stakingsdag kenbaar te maken, conform de wetgeving, en dat maakte het moeilijk om meteen voor de gehele periode in te schatten hoeveel personeel er op elke stakingsdag zou komen werken. Doel achter deze strategie was aan te tonen dat het opvorderen van personeel geen oplossingen met zich meedraagt, maar nieuwe problemen veroorzaakt. Immers, het stakende gevangenispersoneel heeft net als de overige federale ambtenaren recht op de-connectie en ging heus niet zitten wachten bij de telefoon of aan de PC tot er een bericht binnenliep met de boodschap dat het opgevorderd werd via de provinciegouverneur.
Dus werd er getelefoneerd, gemaild en politie ingeschakeld om stakers op te sporen en hen te zeggen dat ze onder dwang van een opvorderingsbevel toch moesten gaan werken in een overbevolkte, onderbemande en onveilige gevangenis.
Gelukkig zijn veel van onze leden niet gevoelig voor ‘befehl ist befehl’ en waren zij vaak gedeconnecteerd genoeg om hun stakingsrecht te doen gelden. De andere kant van de medaille is dat we ondervonden hebben dat de ‘jagers’ niet altijd op een correcte manier omgingen met hun opdracht tot opvorderen.
Tal van personeelsleden kregen klachten van buren en familieleden die onnodig gestoord werden in hun nachtrust en de daver op het lijf gejaagd werden, omdat de politieagenten op zijn zachtst gezegd zeer ijverig waren in het vinden van hun ‘prooi’. Dit maar om aan te geven dat het gevangenispersoneel zich bijwijlen opgejaagd wild voelde en dat niet de bedoeling kan zijn.
Nog geen licht aan horizon
Het is nu aan de minister van Justitie om alsnog met oplossingen te komen voor de problemen, die blijven aangroeien (overbevolking, grondslapers). In maart van dit jaar hebben haar regeringspartners haar onder curatele geplaatst, Annelies Verlinden moet voor bijkomende oplossingen terug naar de ministerraad en mag zelf niets ondernemen om de overbevolking bijkomend aan te pakken.
Onze raad aan de minister zou zijn naar het parlement te trekken en aan de heren Bouchez en De Wever te vragen of ze haar alsjeblieft willen helpen, want dat zowel personeel als gedetineerden in de Belgische gevangenissen beter verdienen dan impotente maatregelen, die de zinkende schepen die de penitentiaire inrichtingen zijn enkel verder naar de bodem sleuren.
Een zaak is zeker: de acties in de gevangenissen zullen niet eindigen zolang er gedetineerden teveel zijn in de gevangenissen en het personeel niet veilig en op een aanvaardbare manier kan werken aan de re-integratie van mensen die ooit terugkeren naar de maatschappij.
Robby De Kaey