Vlaams sectoraal akkoord: wordt het een akkoord voor het verleden?

Nieuws maandag 4 april 2011

De onderhandelingen over een Vlaams sectoraal akkoord 2010-2011 staan nog nergens. Er wordt momenteel zelfs gewoon niet onderhandeld. Het ziet er dus naar uit dat 2011 al gepasseerd zal zijn, vooraleer een sectoraal akkoord voor de periode 2010-2011 wordt ondertekend. Een sectoraal akkoord met terugwerkende kracht, is dit innovatief Vlaanderen?

Eind 2009 dienden ACV, VSOA en ACOD een gemeenschappelijke eisenbundel in bij de Vlaamse regering. Vanaf de eerste gesprekken stelde die dat er geen ruimte is voor kwantitatieve maatregelen, lees koopkrachtverhogingen. De vakbonden pleegden onderling overleg en waren bereid om hun koopkrachtwensen te milderen. Daarbij werd als minimumplatform naar voren geschoven om aan iedereen maaltijdcheques van 7 euro toe te kennen. Zelfs dat minimum kon de Vlaamse regering echter niet waarborgen. De vakbonden deden de boeken dicht en begonnen de vlaggen al klaar te leggen.

Nog geen voldragen standpunt regering

Begin september vorig jaar werden we uitgenodigd door de Vlaamse topministers voor bilateraal overleg. Daaruit volgden enkele afspraken. Het formele overleg over een Vlaams sectoraal akkoord ging ten vroegste terug hervatten begin 2011.
De vakbonden stelden dan enkele voorwaarden. Er moest bij die heropstart duidelijkheid komen over de bereidheid van de Vlaamse regering om een koopkrachtverhoging op te nemen (maaltijdcheques van 7 euro). De Vlaamse regering zei die vraag 'welwillend' te zullen onderzoeken. De vakbonden wilden vooraf eveneens enkele knelpuntdossiers uitdiscussiëren, met als meest belangrijke de opgelegde besparingen.
Er werd twee keer aan tafel gezeten. De laatste vergadering dateert van half januari. Daarbij zijn we blijven steken op onze vragen en opmerkingen over de besparingen. Het laatste signaal was dat er binnen de Vlaamse regering nog geen 'voldragen standpunt' was als antwoord op de vragen van de vakbonden.

Gigantische besparingen

De omvang van de besparingen werd intussen pijnlijk duidelijk: 4 procent op de personeelskredieten, 7,5 procent op de werkingsmiddelen, 30 procent op communicatie- en consultancy. De vergrijzingskost - dit is de jaarlijkse stijging van de globale loonkost ten gevolge van de anciënniteiten - wordt aan de entiteiten onthouden. Dit resulteert dus in een bijkomende vermindering van de personeelskredieten van de entiteiten. Enkel voor de ministeries betekent dat cumulatief, van 2006 tot 2012, een inlevering van 6,90%, hetgeen overeenstemt met een bedrag van 46,2 miljoen euro, of min 893 arbeidsplaatsen. Als we dat doorrekenen naar de agentschappen die niet tot de ministeries behoren, verliezen we een budgettair equivalent van bijna 2000 arbeidsplaatsen. Al de aangehaalde inleveringen zijn recurrent en blijven zich dus jaarlijks herhalen.

Naakte ontslagen in zicht?

Intussen zijn er contractuele personeelsleden bij wie, in tegenstelling tot wat gebruikelijk was en tot de gecreëerde verwachtingen, de arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur niet worden verlengd of vernieuwd. Zo worden bijvoorbeeld aflopende vervangingscontracten niet opgevolgd door volgende. Dit zijn juridisch geen ontslagen, maar de slachtoffers zijn wel hun job kwijt.
De lijnmanagers verkondigen zelf dat naakte ontslagen onvermijdelijk worden als de besparingen blijven doorgaan en/of worden opgedreven.
De 'gelukkige' blijvers moeten intussen met minder personen meer presteren. Het gevolg is dat op de duur zelfs kerntaken niet meer kunnen worden ingevuld en de dienstverlening hieronder lijdt. Uiteraard is dit koren op de molen van de rechtse aasgieren die aansturen op privatiseringen.

Voor de ACOD ligt de afbouw van de tewerkstelling en van de diensten zeer moeilijk. Wij hebben weinig zin om te onderhandelen over een verhoging van de maaltijdcheques, als er intussen medewerkers op straat worden gezet. Als er omwille van budgettaire redenen keuzes moeten worden gemaakt, primeert voor ons het behoud van tewerkstelling. Een scenario waarbij aan een contractueel personeelslid met de ene hand een maaltijdcheque wordt gegeven en met de andere de C4, is aan ons niet besteed.

Hilaire Berckmans